U bent hier

Wat tot voor kort een studentenwoning was, wordt weldra het Circular Retrofit Lab.

Onderzoeker Stijn Brancart en zijn collega’s van de VUB Architectural Engineering onderzoeksgroep weten het zeker: een andere manier van bouwen is mogelijk, één die veel minder bouwafval produceert maar ontwerpers, architecten en bouwbedrijven tegelijkertijd evenveel vrijheid en flexibiliteit biedt als traditionele bouwmethodes. Hun belangrijkste bewijsstuk? De oude VUB-studentenkoten die ze transformeerden in het bijna afgewerkte Circular Retrofit Lab.

Stijn Brancart and his colleagues at the VUB Architectural Engineering research group are convinced that a different style of building is possible – one that generates far less demolition waste but that allows designers, architects and building companies just as much freedom and flexibility as traditional construction methods. Consider the renovation of old VUB student rooms into the soon-to-be-finished finished Circular Retrofit Lab, their Exhibit A.

Tekst: Linda A. Thompson

Fotos:  VUB / Thierry Geenen

 

Het kantoor van dr. Stijn Brancart en zijn collega’s leek de voorbije maanden op dat van een bouwontwikkelaar met nog maar enkele maanden te gaan voor een groot project af moet zijn. “Er werd veel gebeld met aannemers, er werden veel planningen gemaakt en veel werfvergaderingen georganiseerd om de werven op te volgen,” zegt Brancart, een lid van het onderzoeksteam achter het Circular Retrofit Lab.

De reden daarvoor is simpel. Het Circular Retrofit Lab dat zicht in het hart van de Etterbeek campus bevindt werd immers van bij het prille begin geconcipieerd als een echt bouwproject. Om de acht studentenkamers te renoveren – samen goed voor een oppervlakte van 192 vierkante meter – gebruikten Brancart en zijn collega’s circulaire bouwmethodes. Dit betekent dat ze demonteerbare, omkeerbare en herbruikbare bouwoplossingen gebruikten met als doel om zo weinig mogelijk bouwafval te creëren.

 

Waarom is het belangrijk dat het Circular Retrofit Lab ontworpen werd als een volwaardig bouwproject? Omdat niemand anders tot nog toe iets gelijkaardigs heeft ondernomen.

 

“Niemand anders heeft tot nog toe iets gelijkaardigs ondernomen”
-
Onderzoeker Stijn Brancart

“Dit is een pilootproject voor circulair bouwen; er bestaan binnen Europa geen courante voorbeelden van gebouwen die op deze schaal en op deze manier werden gerenoveerd,” vertelt Brancart. “Met het Circular Retrofit Lab willen we aan onderzoekers, de bouwsector, architecten en ontwerpers tonen hoe we anders kunnen gaan bouwen en dat circulair bouwen niet zo verschillend is van traditioneel bouwen.”

 

Een berg afval

Het Circular Retrofit Lab is een van de handvol pilootprojecten die deel uitmaken van het overkoepelende Buildings as Material Banks. Onder de noemer van dit BAMB-project doen vijftien organisaties in zeven landen onderzoek naar circulaire bouwmethodes en businessmodellen met fondsen van het Europese Horizon 2020 initiatief.

 

Het team achter het Circular Retrofit Lab staat onder leiding van professor Niels De Temmerman en bestaat uit twee postdoctorale onderzoekers van het VUB Architectural Engineering departement, twee architecten die op parttimebasis meewerkten aan het project en één expert in verwarming, ventilatie en airconditioning.

 

Voordat het lab werd gebouwd, hebben de onderzoekers eerst maanden verschillende prototypes van circulaire bouwoplossingen getest. “We testten bijvoorbeeld of we de producten snel in elkaar konden steken en uit elkaar konden halen,” zegt Brancart. “Zo ontdekten we een kleine aanpassing het demonteren bijvoorbeeld nog gemakkelijker maakte of ervoor zorgde dat er minder materiaal verloren ging,” zegt hij.

 

Zowel circulaire als omkeerbare bouwtechnieken hebben de laatste jaren aan toenemend belang gewonnen. Tegelijkertijd wordt de ecologische voetafdruk van de bouwindustrie steeds duidelijker. Wanneer een gebouw wordt gesloopt of grondig wordt gerenoveerd, belandt het glas, hout en pleister waaruit het bestond bij het afval. Dit verklaart waarom de bouwindustrie tegenwoordig verantwoordelijk is voor een derde van Europa’s bouwafval. De enorme afvalberg die de bouwindustrie jaarlijks produceert doen slinken staat dus met stip op de agenda van de landen die zich achter de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties hebben geschaard.

 

Lees verder onder de foto. 

Stijn Brancart in het testlabo. Voordat het Circular Retrofit Lab gebouwd werd, hebben de onderzoekers eerst maanden verschillende prototypes van circulaire bouwoplossingen getest.

Zowel circulaire als omkeerbare bouwtechnieken hebben de laatste jaren aan toenemend belang gewonnen. Tegelijkertijd wordt de ecologische voetafdruk van de bouwindustrie steeds duidelijker. Wanneer een gebouw wordt gesloopt of grondig wordt gerenoveerd, belandt het glas, hout en pleister waaruit het bestond bij het afval. Dit verklaart waarom de bouwindustrie tegenwoordig verantwoordelijk is voor een derde van Europa’s bouwafval. De enorme afvalberg die de bouwindustrie jaarlijks produceert doen slinken staat dus met stip op de agenda van de landen die zich achter de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties hebben geschaard.

 

“De enorme afvalberg die de bouwindustrie jaarlijks produceert doen slinken, staat met stip op de agenda van de landen die zich achter de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties hebben geschaard”
-
Onderzoeker Stijn Brancart

Yes, we can

 

Tegelijkertijd zijn er onder architecten en bouwbedrijven heel wat misvattingen over wat circulair bouwen wel en niet inhoudt en hoe realistisch het eigenlijk is om een heus gebouw neer te zetten maar tegelijkertijd zo min mogelijk afval te creëren.

 

Circulair bouwen zal nooit wijdverbreid geraken zonder dat de industrie mee is, zegt Brancart. Net daarom is het belangrijk dat het Circular Retrofit Lab onomstotelijk bewijs levert dat circulair bouwen een haalbare bouwmethode is die geen compromissen vergt op het vlak van duurzaamheid, creativiteit of comfort. “Veel mensen denken dat dit limiterend werkt voor architectuur, maar dat is eigenlijk niet het geval,” legt Brancart uit.

 

“Circulair bouwen is een haalbare bouwmethode die geen compromissen vergt op het vlak van duurzaamheid, creativiteit of comfort”
-
Onderzoeker Stijn Brancart

De façade van het Circular Retrofit Lab werd gebouwd door middel van een modulair systeem met prefab gevelpanelen die werden ontwikkeld door Reynaers Aluminium, Beneens en Jonckheere Projects. Voor het interieur van het Circular Retrofit Lab gebruikten de onderzoekers een droogvloersysteem van Tarkett en vier verschillende binnenwandsystemen ontwikkeld door Saint-Gobain, Systimber, Geberit en JuuNoo – respectievelijk een demonteerbaar wandsysteem, een wandsysteem met houten balken, een modulaire bouwkit en een snel verplaatsbaar en aanpasbaar klittenbandsysteem. Slimme technieken voor de verwarming, verlichting en watervoorzieningen van het Circular Retrofit Lab werden dan weer ontwikkeld door bedrijven zoals Jaga, Bao Living, Zehnder en de VUB spin-off Lumency. Algemeen aannemer Groep Van Roey leidde de coördinatie van het volledige project in goede banen.

 

Omdat de gebruikte bouwoplossingen allemaal omkeerbaar zijn, kunnen de materialen waaruit ze bestaan worden gedemonteerd, verwijderd en elders worden hergebruikt. Indien het Circular Retrofit Lab over een paar decennia bijvoorbeeld plaats moet ruimen voor een nieuw gebouw, zal dat haast geen bouwafval opleveren omdat de universiteit de meeste materialen zal kunnen hergebruiken.

 

Lees verder onder de foto. 

Indien het Circular Retrofit Lab over een paar decennia bijvoorbeeld plaats moet ruimen voor een nieuw gebouw, zal dat haast geen bouwafval opleveren omdat de universiteit de meeste materialen zal kunnen hergebruiken.

Architecten van de toekomst

 

Dankzij de keuze voor omkeerbare bouwoplossingen zal het Circular Retrofit Lab ook mee evolueren met de noden van haar bewoners. Voorlopig zal de benedenverdieping van het gebouw dienen als uitstalraam voor circulair bouwen en als een evenementruimte voor studiedagen. De bovenverdieping zal dienstdoen als kantoorruimte voor onderzoekers van het Architectural Engineering departement. Maar de bestemming van het gebouw zou de komende jaren ook kunnen veranderen, zegt Brancart. “Dat is ook een van de ideeën achter veranderingsgericht gebouwen – dat een gebouw verschillende functies moet aankunnen. Dus op termijn zou het Circular Retrofit Lab evengoed een volledig kantoor, een labo, opnieuw studentenkoten of zelfs een ecologisch gastenverblijf kunnen worden.”

 

Brancart legt uit dat het Circular Retrofit Lab ook de ogen willen openen van de architecten van morgen. Daarom werden circulaire bouwtechnieken ook geïntegreerd in het curriculum van de studenten. “Als zij mee zijn met het circulaire verhaal en er volledig van zijn doordrongen, kunnen ze eenmaal ze in de praktijk staan deze technieken ook toepassen, terwijl een vorige generatie van architecten misschien wat meewariger is omdat zij een andere manier van werken gewoon zijn,” vertelt hij. “En dat is uiteindelijk ook het doel van een universiteit – om dicht bij innovatie te staan.”

 

"Als studenten mee zijn met het circulaire verhaal en er volledig van doordrongen zijn, kunnen ze eenmaal ze in de praktijk staan deze technieken ook toepassen"
-
Onderzoeker Stijn Brancart

Het VUB-team achter het Circular Retrofit Lab: v.l.n.r. Niels De Temmerman, Stijn Brancart, Stijn Elsen, Wesley Lanckriet. Anne Paduart en Jeroen Poppe ontbreken op de foto wegens ouderschapsverlof.