U bent hier

© Alan Jockmans

Een moeial is iemand die overal zijn neus in steekt, zelfs in die dingen waarmee hij/zij geen zaken heeft. De titel zegt het dus reeds: de Moeial doet aan onderzoeksjournalistiek. Dat is de tragere, maar betere vorm van gazettenpraat. Dit academiejaar plannen ze hierover een filopub, een praat-en luistercafé, met ouwe rot Douglas De Coninck. Noteer 22 februari 20u alvast in uw agenda aub.

 

De Moeial ontstond in 1983 uit de door besparingen ingegeven fusie van het BSG-orgaan “’t VUBke” en “Vrij Onderzoek” van …, inderdaad, Studiekring Vrij Onderzoek. Nog langer geleden heette dit laatste het “Vodje.” Het studentenblad verscheen die eerste jaren tweewekelijks in krantenformaat. Wie de artikels van toen, en vooral de militante sfeer, wil proeven kan de eerste dertig jaargangen terugvinden op het web: https://moeialred.wordpress.com/ De nummers vieren vijf van die allereerste jaargang heten vermist te zijn. Maar waar de nummers één en twee dan wel te vinden zijn, blijft eveneens een raadsel. Een iets uitgebreider artikel over die beginjaren kan je hier lezen. En wie die eigenliefde niet lust, kan bij de Leuvense tegenhanger Veto van 18 februari 1983 soelaas vinden.

 

Van een papieren wegwerpding naar een stylish magazine: er is een hele weg afgelegd.  Dit ondanks de nog steeds spaarzame subsidie, hen toegekend door de Studentenraad. Maar de onafhankelijkheid wordt gegarandeerd, dat staat met zoveel woorden in hun statuten die je kan terugvinden in de Codex Studentenleven. Op journalistiek vlak zit de Moeial sinds vele jaren in de kopgroep van vergelijkbare studentenpers. Qua lay-out staan ze gewoon aan de top.

 

Volgens Nelke Ramael, hoofdredactrice, is dit laatste te danken aan Chef Beeld: Alan Jockmans. Deze bepleitte de aankoop van een volledige Adobe suite en professionaliseerde daarmee het hele productieproces in hoge mate. Naast dat grafisch designtalent beschikt die jonge man over een fotografische blik, een scherp geslepen schrijfpen en een stel kleurpotloden om ‘U’ tegen te zeggen. Hij staat helemaal rechts op het prentje.

 

Nelke zelf is masterstudente geschiedenis. Ze schreef haar eerste artikel aan het einde van haar tweede bachelor en vond bij de overige redactieleden net het soort vrienden die ze zocht: kritische, onbevangen, geestige, ernstige collegae die heilige huisjes wilden slopen. En tot spijt van wie ’t benijdt: ze doen het nog ook.

 

Andere kernredactieleden zijn Maud De Vos, nu even op Erasmus in Palestina; Kilian Adriaenssens, ex-hoofdredacteur en nu “Chef VUB”, en tenslotte Sophie Paulissen, “Chef Cultuur”. Elke woensdag vergadert die groep met andere redactieleden en redactiemedewerkers. Promotie uit dit laatste statuut naar redactielid kan pas als je minstens drie keer mee de handen uit de mouwen hebt gestoken. En dan zijn er nog enkele eindredacteurs. Allemaal samen tel je in de colofon van de laatste aflevering 32 verschillende namen.

 

Zes weken lang werken redactieleden en medewerkers op die wekelijkse vergadering aan het volgende nummer. Die tijdspanne laat hen toe dieper te graven dan het paparazzi van HLN en consoorten, tot ook hun deadline valt. En dan moet de kopij binnen. Binnen de 24u wordt alles een laatste keer nagelezen en gezet. De drukker drukt 1800 keer de pdf op zacht glanzend papier en u krijgt dat product, zomaar gratis en voor niets in uw handen. U wordt er wijzer van, en ook het personeel leest het met grote gretigheid. Soms met schaamrood op de wangen wanneer hun dienst in het vizier lag.  En gelukkig maar, want zonder die klokkenluiders zouden mistoestanden mogelijks nog langer duren.