U bent hier

We geloven onvoldoende in het potentieel van allochtone jongeren. En we staan vooringenomen tegenover diversiteit en haar rijkdom. Die houding moet de prullenmand in, want ze staan de instroom, doorstroom en uitstroom van jongeren met een migratieachtergrond in de weg. Aldus Caroline Pauwels in een opiniebijdrage die vandaag in De Tijd is verschenen en die we hieronder integraal overnemen. 

 

Eind volgende week gaat het nieuwe schooljaar van start. Als moeder, maar ook als rector van een grootstedelijke universiteit, kijk ik met meer dan normale belangstelling uit naar die start. Zeker in het secundair onderwijs wordt de basis gelegd van elke universitaire opleiding. De uitstroom van het secundair onderwijs is onze instroom. In die grote stroom zwemt de nieuwe generatie.

 

Sommige studenten ondervinden echter beduidend meer tegenstroom dan anderen, of gaan zelfs kopje-onder. Instroom, doorstroom en uitstroom van jongeren met een migratieachtergrond verlopen nog steeds moeizaam. Daarom moeten we radicaler durven te denken en resoluut alle obstakels naar de prullenmand verwijzen die jongeren uit minder kansrijke milieus beletten te groeien.

 

Een eerste, belangrijk obstakel huist in de manier waarop we naar kinderen met een migratieachtergrond kijken. Zowel wij als de ouders. We denken te vaak status- en systeembevestigend. Wij, de ‘dominante’ groepen, geloven onvoldoende in het potentieel van die jongeren. En de ouders houden hun kinderen soms liever in hun eigen veilige leefwereld en dus binnen de grenzen van de eigen sociale groep.

 

Daardoor bestendigen we die jongeren in bepaalde beroepen. Yamila Idrissi, Vlaams sp.a-volksvertegenwoordiger, vertelde me onlangs dat haar schooldirectrice wel een snit -en naadopleiding voor haar wenselijk achtte. Yamila maakte nochtans met succes een rechtenopleiding af.

 

Een tweede belangrijk obstakel is onze vooringenomenheid tegenover diversiteit. Dat de Canadese premier Justin Trudeau zijn divers samengestelde beleidsploeg moest legitimeren met de woorden ‘because it is 2015’, suggereert hoe versteld we nog steeds staan van diversiteit en haar potentiële rijkdom.

21 procent van de studenten aan de VUB komt uit gezinnen waar het Nederlands niet de voertaal is

Een beweging als Black Lives Matter in de Verenigde Staten en het ‘zwartepietendebat’ in Nederland en Vlaanderen tonen hoe moeilijk het is de gedaantes van racisme of ‘anders zijn’ bespreekbaar te maken en vervolgens samen aan te pakken. Maar een meisje met Senegalese roots dat olympisch goud wint en vervolgens wereldkampioene wordt, is dan weer de trots van de hele natie. We meten nog te veel met twee maten en twee gewichten.

 

De VUB rekruteert nadrukkelijk in de meest diverse stad van het land. Van onze studenten komt 21 procent (tegenover 6% in Vlaanderen) uit gezinnen waar het Nederlands niet de voertaal is. Die instroom leidt wel eens tot de bezorgdheid of we dan de lat niet lager leggen. Nog afgezien van het beledigende karakter van die uitspraak, spreekt ook de wetenschap zich overtuigend uit over de meerwaarde van diversiteit.

 

Een meer divers samengestelde groep reikt andere analytische denkkaders aan. Discussies worden scherper, de inhoud en de inzichten gelaagder. Bedrijven of groepen met meer diverse raden van bestuur nemen betere beslissingen. In meer divers samengestelde parlementen komen meer en andere onderwerpen aan bod. Zo werden door de invoering van het vrouwenstemrecht andere thema’s, zoals gezondheid en onderwijs, prominenter op de politieke agenda gezet. Ook door mannen.

Diversiteit is een multiplicator van kennis

Nu is het aan de jongeren met een migratieachtergrond om mee de politieke agenda te bepalen. In plaats van diversiteit als een handicap of probleem weg te zetten moeten we diversiteit durven te verdedigen omdat ze verrijkt, intellectueel uitdaagt en een multiplicator van kennis is. Ik durf te stellen dat ik die insteek in onze debatten en aanpak nog al te vaak mis, en dat we daardoor kansen mislopen.

 

We weten hoe belangrijk bij dat alles rolmodellen zijn. Rolmodellen leiden hoe dan ook tot navolging. In mijn eerste jaar als rector ging ik actief op zoek naar die rolmodellen. En ze zijn talrijk. De verrijking van het debat door stemmen als Kanko, Mahdi, Lleshi, Zamouri, Almaci… De subtiele analyses van Benyaich, de culturele insteken van El Azzouzi, Cherkaoui, Benzine. De filmische uppercuts van Adil en Bilal, het social serial entrepreneurship van Sihame el Kaouakibi. En vooral: het engagement van de studentenkringen van allochtone afkomst.

 

In hen resoneert de boodschap van Martin Luther King: ‘Number one in your life’s blueprint should be a deep belief in your own dignity, your worth and your own ‘somebodiness’. Do not allow anybody to make you feel you are nobody.’ Het zou de drijfveer van ons onderwijs moeten zijn.