U bent hier

Donderdag 25 oktober komt het boek Vrede en Oorlog van Jonathan Holslag in het Nederlands uit, bij de Bezige Bij, en nog in achttien andere talen. Een gesprek over de persoonlijke totstandkoming van het werk. “Het besef dat de dreiging van nieuwe oorlogen niet voorbij is, weegt op mij.”

 

Hoe bent u tot dit boek gekomen?

Het idee is ontstaan op onze campus. Ik geef het vak “geschiedenis van de internationale politiek”. Op zich vind ik geschiedenis al erg belangrijk. Je ziet studenten zich vaak redelijk snel vastklampen aan een bepaalde theorie of ideologie, zonder die in hun context te plaatsen. Dat is jammer. Geschiedenis laat toe om zaken in perspectief te plaatsen. Ik wilde daarbij vooral een brede verkenningstocht mogelijk maken. Ik stelde immers vast dat de meeste handboeken nogal eenzijdig waren. Vaak spitsten zij zich vooral toe op het Westen, op de recente diplomatieke geschiedenis, na pakweg Westfalen of Wenen, of op één bepaalde dimensie zoals de kentering van de machtsbalans. Ik vind echter dat studenten, zeker bij de aanvang, eerst best op verkenning gaan en met zoveel mogelijk aspecten kennis maken. Conclusies over de geschiedenis van de diplomatie of over kwesties als kolonialisme veranderen toch wel wat als je je blikveld wat verruimt.

 

Hoeveel uren schrijven kosten 480 pagina’s?

Dat viel wel mee. Eens je het leeswerk achter de rug hebt is het vooral een kwestie van organiseren. Ik heb nogal veel geschreven, dus dan gaat dat sneller.

 

Hoe heeft u het in zoveel talen uit kunnen laten brengen?

Ik ben totaal verrast door de belangstelling van uitgeverijen. Aanvankelijk was ik al erg blij dat een uitgever het wilde publiceren. Het is geen evident boek. De meeste boeken scoren vandaag door één bepaald scherp argument voorop te schuiven. Hier zet ik de lezer aan doorheen zijn exploratie zèlf ook een aantal conclusies te formuleren. Maar nu zijn de rechten dus reeds verkocht aan tien uitgeverijen en tijdens de boekenbeurs in Frankfurt zijn er daar blijkbaar nog eens acht bijgekomen. De kans is groot dat onze Erasmusstudenten het boek dus ook in hun eigen taal vinden.

 

Hoe bent u bij Penguin binnen gekomen?

Penguin is een beetje de natte droom van iedere non-fictieschrijver en de Pelican-reeks is nog meer bijzonder, gezien grote namen als Freud en Wells er allemaal in gepubliceerd hebben. Ik ben reeds door een aantal goede huizen uitgegeven, maar ik kan je verzekeren dat ik nergens de evaluatie zo streng heb geweten, zowel op inhoud, organisatie als stijl. Het was voor mij een bijzondere leerschool.

 

Wie was uw voorganger Ernest Mandel, die hier voor bij Penguin werd uitgegeven?

Voor mij is Mandel zonder meer de grootste naam in de humane wetenschappen en economie die we ooit aan de VUB/ULB hebben gehad, als intellectueel, maar ook als maatschappelijk geëngageerd burger. Ik deel niet al zijn ideeën, maar hij is toch ergens een voorbeeld. Vreemd wel dat zo weinig studenten van onze universiteit hem nog kennen.

 

Wat is de oplage?

De totale oplage nu ken ik niet, maar waar een academisch boek doorgaans in de honderden exemplaren wordt uitgegeven, mikt men bij deze uitgeverij op tienduizenden exemplaren. Ik weet niet of mijn boek een echte bestseller wordt. Opnieuw, het is nogal intens.

 

Wanneer bent u tevreden met de impact van het boek?

Wel, in de eerste plaats als ik vaststel dat mijn studenten de verbetenheid tonen om het te doorworstelen en te interpreteren. Ik heb het bewust niet geschreven als een typisch handboek waar alle kennis verkaveld wordt in rigide perkjes. Ze moeten zelf exploreren, analyseren en structureren. Dat zijn ze niet gewoon. Voorts is het natuurlijk steeds fijn om te zien dat zo’n boek zijn weg vindt naar een breder publiek en bestuurders. Dat lijkt nu al wel het geval.

 

Wat is uw persoonlijke drijfveer: vrede, geen oorlog meer. Of vindt u dat te idealistisch?

Deze speurtocht doorheen de geschiedenis confronteert je met het leed van oorlog en daarnaast heb ik op het terrein vaak met mijn neus bovenop de gruwel gezeten. De kindsoldaten, ik heb ermee gesproken. De doden, ik heb ze gezien. De vluchtelingen, ik heb me tussen hen begeven. Ik wens het niemand toe. En zelfs al ben ik er niet rechtstreeks bij betrokken, het besef van wat oorlog betekent en het besef dat de dreiging van nieuwe oorlogen niet voorbij is, weegt op mij. Ik lig er vaak van wakker.

Ik zie het een stuk als mijn taak na te denken over hoe we de vrede kunnen behouden en liefst ook beter maken, want vaak vraag ik me af wat we in Europa nu met onze periode van vrede gedaan hebben. Misschien vind ik dat nog wel het meest bedroevend : dat de grote massa de lange vrede vooral gezapig consumerend heeft doorgebracht, zonder idealen en zonder ambitie, zonder de welvaart duurzaam te maken, zonder te bekijken hoe we ze kunnen delen. Ik denk dat de kiem van veel conflicten vandaag in die westerse zelfgenoegzaamheid zit.

Maar het is, als publieke dienaar, ook mijn taak om realistisch te blijven. Hoe zeer ik me persoonlijk ook zou willen inzetten voor een vreedzaam, waardig en humaan paradijs in Europa, je moet ook de horizon rondom blijven afspeuren, en in dat opzicht te waarschuwen dat zeker als we de geschiedenis niet beter leren begrijpen, de geschiedenis zich veel gemakkelijker zal herhalen.

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Holslag zijn conclusies

Beschouw vrede nooit als een gegeven

 

Het boek verschijnt als “A Political History of the World” bij Penguin, als “Vrede en oorlog ” bij de Bezige Bij en daarna ook reeds in zeventien andere talen: Duits, Frans, Portugees, Spaans, Italiaans, Grieks, Russisch, Chinees, Koreaans, Japans, etc. De eerste reacties zijn enthousiast en het werk werd bijvoorbeeld al meteen opgenomen bij de vijf verplichte boeken voor de generaalsopleiding van het VK.

 

Het boek bestrijkt drie duizend jaar internationale politiek en dat over alle grote regio’s heen: China, Zuid-Azië, Perzië, Afrika, Europa, enzovoorts. Het schenkt aandacht aan de grote strategische kwesties, maar ook aan de wijze waarop gewone mensen ermee omgingen.
 

Enkele belangrijke conclusies

1) Niet alleen de opkomst van nieuwe grootmachten leidt tot spanning. Even verstorend is de verzwakking van bestaande grootmachten, hun verzwakking als gevolg van economische achteruitgang, het uitbesteden van veiligheid aan partners buiten de grenzen, interne ongelijkheid en corruptie. Zwakte zet anderen aan om daarvan te profiteren, de grenzen te verleggen en rekeningen uit het verleden te vereffenen.
 

2) Samenlevingen die wegkruipen achter muren en hun veiligheid aan anderen uitbesteden worden vroeg of laat onder de voet gelopen. Muren werken enkel kortstondig en isolationisme is vaak het voorteken van stagnatie. 
 

3) Verstoringen in de natuur en klimaatverandering is steevast een belangrijke oorzaak van onstabiliteit en geweld.
 

4) Handel en communicatie leiden niet tot vrede, maar zet grootmachten net aan om de handel te controleren. Net zoals China vandaag de Amerikaanse dominantie in moderne communicatie probeert te breken, zagen we dat in de geschiedenis met betrekking tot Athene, Venetië, Engeland, enzovoort.
 

5) De dreiging van massavernietiging is nooit een garantie geweest op vrede.
 

Dit zijn sombere bevindingen van Holslag. De boodschap is echter niet om oorlog als onvermijdelijk te zien, maar wél om relatieve vrede nooit als een gegeven te beschouwen.

Als we de vrede vandaag willen behouden, stelt Jonathan Holslag, dan is het belangrijk om meer stil te staan bij het ontstaan van de tragedies in het verleden, beter te vatten ook waar de ambities en angsten van landen vandaan komen, historische empathie te ontwikkelen en vooral heel goed te beseffen dat niets zo nefast is voor de internationale stabiliteit als diplomatieke roekeloosheid en zelfgenoegzaamheid.

 

Lees ook: Het nieuwe boek van Jonathan Holslag: Vrede en Oorlog, een wereldgeschiedenis