You are here

Enkele onderzoekers vragen zich af wat de motieven zijn van de wetenschappers die bullshit papers naar tijdschriften stuurden. Wilden ze het systeem van peerreview aan de kaak stellen of wilden ze genderstudies belachelijk maken?

 

Dit artikel verscheen eerder op standaard.be (+) en wordt integraal overgenomen.

 

Drie Amerikaanse onderzoekers slaagden erin om zeven onzinpapers gepubliceerd te krijgen in wetenschappelijke tijdschriften voor genderstudies (DS 5 oktober). Dat is een pijnlijke illustratie van de feilbaarheid van het peerreviewsysteem: de anonieme beoordeling van wetenschappelijke artikels door andere wetenschappers. Dat gebeurt niet alleen in genderstudies, maar in alle wetenschappelijke disciplines.

 

Daar zijn verschillende verklaringen voor. Wetenschappers staan onder enorme druk om veel te publiceren in de hoog aangeschreven tijdschriften, waardoor er veel artikels zijn die gereviewd moeten worden. Een tweede is dat het reviewsysteem ervan uitgaat dat de personen die stukken voor publicatie insturen, dat om de wetenschap doen. Het gaat uit van een vorm van vertrouwen dat de auteurs de wetenschap een stap vooruit willen brengen, al is hun bijdrage eerder bizar of is het nut ervan niet meteen duidelijk op het moment van publicatie. Het systeem van peerreview heeft bewezen niet bestand te zijn tegen dat soort ‘aanvallen’ met artikels die moedwillig fake zijn. Op zich zijn de bullshit papers dus nuttig, omdat ze een zelfreiniging van het wetenschappelijke systeem zullen activeren. U kunt ervan op aan dat de getroffen tijdschriften voor genderstudies, en vele andere wetenschappelijk tijdschriften, zich grote moeite zullen getroosten om hun peerreviewsysteem te versterken.

 

Het is duidelijk dat deze kwestie niet alleen genderstudies treft. Er bestaat een hele industrie aan fake tijdschriften in allerlei disciplines, waarin je je stuk tegen betaling kwijt kunt en waar er geen enkel of een nep reviewproces plaatsvindt. In een artikel in de Sueddeutsche Zeitung dat in juli verscheen werd berekend dat wereldwijd 400.000 wetenschappers minstens één keer in zo’n tijdschrift gepubliceerd zouden hebben. En zoals wetenschapspsycholoog Daniël Lakens in deze krant zei, is geen enkele tak binnen de wetenschap goed bestand tegen regelrechte fraude (DS 6 oktober).

 

Schild & Vrienden

Dat de aandacht alleen uitgaat naar genderstudies roept belangrijke vragen op. Hoe kan het dat drie wetenschappers voldoende tijd en middelen ter beschikking hebben om twintig papers te produceren en die door het vaak erg lange publicatieproces te loodsen? Dat er zeven effectief gepubliceerd werden, geeft aan dat het bekwaam gemaakte replica’s zijn. Wat zijn de motieven van die nepwetenschappers en van diegenen die hen de tijd en middelen ter beschikking stellen? Willen ze die ‘wetenschappelijke zelfreiniging’ activeren? Of is het hun doel om genderstudies ongeloofwaardig te maken en te ridiculiseren?

 

Nadat het nieuws was uitgekomen, opperden sommigen dat genderstudies geen plaats verdienen bij de geesteswetenschappen. Wanneer fraude in andere disciplines komt bovendrijven, vraagt niemand om een hele discipline volledig af te schaffen. Denk aan psycholoog Diederik Stapel, die onderzoeken verzon om zijn cv op te smukken. Als de onzinpapers effectief genderstudies viseerden, dan is dit het zoveelste voorval van genderstudies-bashing. De aanval komt dan uit dezelfde rechtse hoek als Schild & Vrienden, die de Vlaamse master gender en diversiteit graag afgeschaft zag, net zoals in Hongarije (DS 15 september).

 

Er is een internationale nieuw-rechtse stroming die gender wil afdoen als een ideologie, en genderstudies als iets wat feministen op poten hebben gezet om de macht en status die mannen van nature toebehoren af te nemen. Dat bleek onlangs nog op een Cern-conferentie over deeltjeswetenschap. Een vooraanstaande hoogleraar verantwoordde het mannelijke overwicht in zijn discipline door te stellen dat vrouwen nu eenmaal meer van mensen houden dan van dingen en dus van nature niet zo geïnteresseerd zijn in exacte wetenschappen ( de Volkskrant). Het lokte wereldwijd protest uit van deeltjeswetenschapsters.

 

Om dat soort foute beweringen te ontkrachten hebben we niet alleen protest nodig, maar ook genderstudies. Die komen bepaalde groepen in de samenleving slecht uit: het vakgebied tast hun machtspositie aan en past niet in hun ideologische kraam. Daarom moeten we elke actie die erop gericht is om genderstudies te discrediteren ook vanuit die hoek bevragen.

 

Ondertekend door onderzoekers in het brede domein van de genderstudies:

Karen Celis (VUB), Gily Coene (VUB), Silvia Erzeel (VUB), Florian Lang (VUB en UAntwerpen), Chia Longman (UGent), Petra Meier (UAntwerpen), Mieke Van Houtte (UGent) en Lisa Wouters (SOPHIA).