You are here

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel hebben een nieuw soort fluorescente contrastvloeistof ontwikkeld voor gebruik bij kankeroperaties. Hierdoor kan de chirurg een meer precieze en grondige chirurgie uitvoeren. Dit zal zowel de overlevingskansen als de levenskwaliteit van patiënten aanzienlijk verbeteren.

 

Een van de grootste uitdagingen tijdens kankerchirurgie is het volledig wegnemen van de tumor terwijl tegelijkertijd zoveel mogelijk gezond weefsel rondom de kanker gespaard wordt. Een veelbelovende techniek om dat te bewerkstelligen is het laten ‘oplichten’ van het te verwijderen weefsel door middel van lichtgevende nanobody’s. Dat zijn kleine antilichaamfragmenten die uit kameel-achtigen worden geïsoleerd en die ongeveer 25 jaar geleden aan de VUB ontdekt werden.

 

Een multidisciplinair team onder leiding van Sophie Hernot van de VUB heeft onlangs door middel van experimentele chirurgie aangetoond dat bij vergevorderde eierstokkanker met deze technologie een significant grotere hoeveelheid tumorweefsel verwijderd wordt dan met conventionele chirurgie. Bovendien blijkt de hoeveelheid vals-positief (dus gezond) weefsel dat weggenomen wordt, beduidend kleiner te zijn. Deze opmerkelijke resultaten werden afgelopen november gepubliceerd in het gezaghebbende peer-reviewed tijdschrift Molecular Imaging and Biology.

 

Betere overlevingskansen, minder neveneffecten

Het is de bedoeling om deze nieuwe technologie de komende jaren effectief tot bij de patiënt te brengen. Daarom wordt binnen de groep nu verder onderzoek verricht naar een ‘tweede generatie’ lichtgevende nanobody’s die bij een breed aantal kankerchirurgieën ingezet kan worden. De onderzoekers verwachten dat de chirurg daarmee een meer precieze en grondige chirurgie zal kunnen uitvoeren.

 

‘Ons onderzoek heeft geleid tot een fluorescente contraststof die het mogelijk maakt om heel snel specifieke tumorletsels te laten oplichten tijdens de chirurgie, waardoor de chirurg precies en in real-time kan zien wat wel en wat niet weggesneden moet worden,’ aldus Hernot. ‘Dit leidt niet alleen tot betere overlevingskansen, maar ook tot minder neveneffecten en daarmee tot een betere dagelijkse levenskwaliteit voor de patiënt.’

 

Dit onderzoek is het resultaat van een multidisciplinaire samenwerking tussen doctoraatstudent Pieterjan Debie (bio-ingenieur) en de chirurgen Marjan Vanhoey en Nathalie Poortman onder promotorschap van Sophie Hernot (bio-ingenieur), met ondersteuning van o.m. Kom Op Tegen Kanker en het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek Willy Gepts.

 

Meer info
Sophie Hernot
sophie.hernot@vub.ac.be
02 4774991