You are here

Dit nieuwe schooljaar zijn er in Vlaanderen veertig secundaire scholen bijgekomen die aan content and language integrated learning (CLIL) of meertalig onderwijs doen. Dat is meteen de grootste toename sinds de introductie van CLIL in 2014. In totaal zullen volgend schooljaar meer dan 1 op 8 van de Vlaamse middelbare scholen meertalig onderwijs aanbieden. Onderzoek van de VUB wijst echter uit dat deze scholen zich vooral in bepaalde regio’s concentreren en dat het voornamelijk kansrijke scholen zijn die hiervoor opteren.

 

(Ook de krant De Standaard  besteedt vandaag 5 september 2017 aandacht aan het VUB-onderzoek rond CLIL. Die berichtgeving kunt u hier lezen.)

 

Vlaanderen was in 2014 één van de laatste regio’s in Europa die meertalig onderwijs wettelijk mogelijk maakte, maar sindsdien is het aantal CLIL-scholen snel gegroeid. Vorig jaar gaf de Vlaamse overheid groen licht aan 21 aanvraagdossiers van in totaal 40 secundaire scholen. Die instellingen mogen vanaf 1 september een klein aantal vakken aanbieden in het Engels, Frans of Duits. In totaal gaat het nu al om 126 scholen in Vlaanderen. Dat blijkt uit cijfers die VUB-professoren Esli Struys en Jill Surmont konden analyseren.

 

“CLIL is een echt succesverhaal in Vlaanderen, maar helaas zijn er grote regionale verschillen in de verspreiding van meertalig onderwijs”, zegt Jill Surmont. Terwijl de provincie West-Vlaanderen de kroon spant met 42 meertalige scholen (22% van het totaal), blijft Brussel ver achter met slechts 2 meertalige scholen (nog geen 6% van het totaal). “Hoewel je zou verwachten dat meertalig onderwijs vooral populair is in meertalige regio’s, lijkt het omgekeerde waar. In onze meertalige grootsteden vind je veel minder CLIL-onderwijs dan in andere regio’s van Vlaanderen”, stelt Surmont.

 

Op basis van een analyse van de leerlingenkenmerken ontdekten de onderzoekers ook dat het profiel van de CLIL-scholen sterk verschilt van dat van andere scholen. Op elk van de indicatoren voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) scoren CLIL-scholen lager dan het Vlaamse gemiddelde en voor de indicator van kansarmoede is dit verschil ook statistisch significant. Het zijn dus eerder scholen met een kansrijke populatie die voor CLIL kiezen. Toch wil dit volgens de onderzoekers niet zeggen dat CLIL alleen maar effectief is voor die doelgroep. Struys: “Internationaal onderzoek heeft al vaak aangetoond dat meertalig onderwijs kan werken voor alle kinderen, ongeacht hun achtergrond of cognitieve capaciteiten.”

 

Om leerkrachten en scholen te helpen bij het opstarten van een meertalig onderwijsproject hebben Struys en Surmont meegewerkt aan een nieuw handboek voor Vlaanderen en Nederland met als titel ‘Klaar voor CLIL’. Dit boek vloeit voort uit het prioritaire naschoingstraject dat de VUB in samenwerking met de UCLL in opdracht van de overheid aanbood. Naast een overzicht van relevant onderzoek bevat dit werk ook praktische didactische tips voor leerkrachten om een CLIL-les op te bouwen. Surmont: “Uit ons onderzoek blijkt dat veel scholen, vooral in Brussel, aarzelen om met meertalig onderwijs te starten. Op nascholingen en andere contactmomenten blijkt telkens weer dat dit komt omdat scholen gewoon niet weten hoe eraan te beginnen. Onder andere met dit boek komen we tegemoet aan deze verzuchting.”